.

Sint Sebastiaan

De schuttersgilden hadden, zoals de ambachtsgilden, hun eigen patroonheilige. Welke heilige patroon was van een gilde werd (grotendeels) bepaald door het wapen dat de gilde hanteerde :
    handboog :                    Sint-Sebastiaan
    kruisboog, voetboog:     Sint-Joris
    buks (kolverniersgilde) : Sint-Antonius

Soms ook werd de gilde onder het patroonschap van de parochieheilige geplaatst, zoals in Olen de Sint-Martinusgilde..

Ieder jaar viert de gilde rond 20 januari, feestdag van Sint-Sebastiaan, het patroonsfeest.  Bij deze gelegenheid wordt een heilige mis opgedragen voor al de levende en overleden gildeleden. Het bijwonen van deze mis is voor de beëdigde leden een verplichting.

Sebastianus, een heel bijzondere martelaar.

Het lijdensverhaal van Sebastianus heeft het karakter van een epische roman met beperkte historische waarde. Het vat verschillende Romeinse martelaarsgeschiedenissen samen in één handeling. In zijn kern gaat het verhaal terug op een korte notitie van Ambrosius van Milaan : Sebastianus wordt in Milaan geboren, trekt naar Rome en sterft daar de martelaarsdood. Meer gegevens over zijn beroep, martelaarschap en sterfjaar geeft Ambrosius niet.

Volgens de legende is Sebastianus officier in een garde aan het keizerlijk hof van Diocletianus. Hij verzwijgt zijn christelijk geloof. Zijn beroep laat hem echter toe zijn medebroeders bij te staan in de Romeinse gevangenissen, waartoe hij vrije toegang heeft. Omdat de keizers vaak afwezig zijn, kan hij de gevangenen lange tijd ongehinderd bezoeken. Hij spreekt hen moed in, bekeert hen en verzorgt de begrafenis van de martelaren. Als hij 'ontmaskerd' wordt, laat Diocletianus hem aan een boom binden en door boogschutters met pijlen doorboren. Hij is bitter teleurgesteld dat iemand die hem zo nabij is, een overtuigd christen is.

Sebastianus overleeft de martelingen en wordt door de jonge weduwe Irene verzorgd. Na zijn genezing gaat hij naar de keizer. Hij beschuldigt hem openlijk van zijn misdaden en beklemtoont de zinloosheid van zijn vervolgingen. Daarop laat de keizer hem door soldaten doodknuppelen en zijn lijk in de Cloaca maxima, het centrale afvalwaterkanaal van Rome, werpen. De christin Lucina begraaft zijn aangespoelde lichaam in de catacomben.

Schijnbaar hulpeloos en onmachtig staat Sebastianus aan de boom zoals Christus aan het kruis. Maar wie gelooft, beseft dat de martelaarsboom naar de levensboom verwijst. Het leven is sterker dan de dood. Deze heel bijzondere martelaar is niet dood te krijgen. Hoe scherp de talrijke pijlen ook zijn, ze kunnen zijn ziel niet raken. Zijn innerlijke kern is voor de mens onbereikbaar, omdat die in Gods handen is.

Dit verklaart zijn dubbel martelaarschap. De man die tweemaal sterft, illustreert dat christenen geen angst voor de dood hoeven te hebben. We weten dat God ons zeer nabij is en dat we geborgen zijn in zijn beschermende handen. Als we Hem vertrouwen, beschermt Hij ons. Geen enkele beul kan deze waarde van de mens wegnemen. Geen enkele kerker kan de vrijheid wegnemen om 'ja' te zeggen aan een overtuiging, een mens, een God. Geen enkele doodsbedreiging kan dit ideaal in gevaar brengen.

Met pijlen probeert de vijand Sebastianus te doorboren. Deze brandende pijlen kunnen ook symbool staan voor een besmettelijke ziekte, zoals de pest of melaatsheid. In de middeleeuwen wordt de pest afgebeeld door een 'pestengel' die zijn pijlen afschiet, wat het plotse optreden en het vlugge verloop van de dodelijke ziekte uitdrukt.

Op het einde van zijn 'eerste' lijdensverhaal gaat de soldaat een persoonlijke confrontatie met de keizer aan: een wereldlijke heerser die zich een goddelijke plaats aanmeet, staat tegenover een christen die in de onzichtbare God gelooft. Sebastianus wil zijn 'baas' blijven dienen en gehoorzamen, maar offers brengen aan demonen kan hij niet. Hij beseft dat Christus sterker is dan hij en dat niemand hem van God kan scheiden. Zijn enige verlangen bestaat erin zijn godsdienst te belijden en de Kerk te verdedigen.

Als hij na de eerste mislukte terechtstelling de keizer confronteert met zijn gruwelijkheden, is hij meer dan moedig. Hij had kunnen vluchten uit Rome, wat hem ook aangeraden werd. Maar zijn houding bewijst dat een sterk en standvastig geloof niet dood te krijgen is. Dat bewijzen ook de twee weduwen die zijn wonden verzorgen.

Uit :
" Tom Zwaenepoel, Het Heiligenboek. Levenswijsheid van honderd en enige heiligen, Lannoo, Tielt, 2008, 345 blz., 19,95 eur, ISBN 978 90 209 8041 7. "

San Sebastian

Dit is uw schoonste jachtvermaak;
De prooi moet op den jager wachten,
En met zijn oog de bonte schachten
Volgen, en hopen dat hij raak'.

Nergens vond gij een beter wit,
Dan dit tengere trillende lijf.
Zij mikken speels tot deze schijf
Als een egel vol stekels zit.

Dood, dat gij mij uit duizend vond !
Uw pijlen bijten mij als kussen.
De plekken waar uw lippen rusten
Branden en bloeden als een wond.

Als allen, die gij hebt bemind
Glimlachende, o heer van velen,
Ga ik den feestnacht met U deelen
Zeer moe... zeer blijde...en zeer blind

Willem de Mérode (1887-1939)

 

Hiernaast een schilderij van Rubens.

Venetiaanse schilder ca. 1480

Sint Sebastianus

Zijn dat een schutters, o mijn God
is dat een gilde!-
Zie toe : hoe bot en in de wilde
zij losgaan op uwen armen bloet;
hoe scheel ze mikken
en hoe telkens als in buik of been of voet
de dolle pijlen pikken
oneinding zoet
uw dienaar zegt: niet goed!

Tot na een lange poos
daar eindelijk een treffer trilde,
Sebastianus rilde
en rekkend riep: 't is roos!
en liet zijn leven blijde en zijn bloed...
toen juichte en joelde 't bot, mispuntig gilde,
dat later tot patroon Hubertus koos
en sindsdien vele rozen voert in schilden
en pluimen op den hoed.

Scheurs, Jac. M.S.C. (1893-1966)

Saint-Sébastien

In het Musée des Beaux-Arts in Cambrai (Kamerrijk) bevindt zich een prachtig levensgroot albasten beeld van de heilige.
Het is afkomstig van de vroegere kathedraal van Cambrai (La Merveille) die in de Franse revolutie werd afgebroken.
Het beeld is in albast en stamt uit het einde van de 15° eeuw.

Saint-Sébastien

Dit schilderij van Pietro di Cristoforo Vannucci, gekend als Perugin, dateert tussen 1490 en 1500.

Het behoort tot de collectie van het Louvre en bevindt zich nu in de nieuwe annex van het Louvre in Lens.

De schilder plaatst de martelaar in een klassieke wandelgang ; maar het beschadigde gewelf duidt op de nakende val van het heidendom.

Heilige Sebastiaan

Dit beeldhouwwerk bevindt zich in het Museum voor Schone Kunsten te Gent.
Het is van de hand van Meester ARNT ( van Zwolle) uit de Noordelijke Nederlanden, ca. 1480-1485
Het is uitgevoerd in eik en is 125 cm groot.